De evolutie van ons fundament

Door: Tjeerd Zwinkels (filosoof en ultraloper)

De mens is geëvalueerd tot misschien wel de beste langeafstandslopers van het hele dierenrijk. Van in bomen hangende fruiteters tot bipedale jager-verzamelaars die tussen de drie en vier miljoen jaar geleden de Savanne op gingen opzoek naar voedsel.

Toen Donald Johanson, Yves Coppens en Tom Gray in 1974 de tot dan toe oudste bekende mensachtige, de Australopithecus afarensis, Lucy, ontdekte viel hen op dat er veel van haar kenmerken meer bij de moderne mens passen dan bij de vroegere homininae. Lucy zou rond de 3,2 miljoen jaar geleden geleefd hebben en had veel kenmerken die erop wijzen dat deze volledig is aangepast aan het rechtop lopen. Lucy had een verticaal georiënteerde nek, een lang s-vormige lumbale wervelkolom, een brede zijwaarts gerichte bekken, de knieën staan onder de heupen, het dijbeen maakt een hoek met het onderbeen, het gat in de schedel waar de ruggengraat binnenkomt (foramen magnum) zat meer aan de onderkant van de schedel in plaats van aan de achterkant, er is een boog in de voet en ze had geen grijpvoet maar de grote teen loopt evenwijdig aan de andere tenen. We zien dat homininae die ontstaan zijn na Lucy ook nog langere benen met langere achillespezen en een grootere gluteus maximus (grote bilspier) hadden en dat het evenwichtsorgaan groter werd wat er allemaal op wijst dat rennen op twee benen steeds belangrijker werd en dat de homininae daar dus steeds meer aan adapteerde. Bipedalisme had als functie dat we beter uitzicht hadden over de savanne en dus beter in staat waren om gevaar op te merken. Het voorkwam ook oververhitting door de zon doordat er een kleiner deel van ons lichaam werd blootgesteld aan zonlicht. We konden op deze manier ook energie efficiënter lopen en dat in combinatie met het verliezen van onze pels en onze goed ontwikkelde zweetklieren wat ons het meest efficiënte koelsysteem van alle landdieren opleverde waren we instaat tot het rennend afleggen van grote afstanden wat nodig was aangezien we weinig in te brengen hadden tegenover de gemiddelde roofdieren. We waren behoorlijk kwetsbaar en dus veelal op de vlucht voor gevaar. Bipedalisme zorgde er ook voor dat onze handen vrij kwamen wat het verzamelen van voedsel mogelijk maakte.

Met het schoeisel wat de gemiddelde mens tegenwoordig draagt zijn we ver verwijderd geraakt van onze evolutionaire oorsprong. Gedreven op pure esthetiek verminken we de voet en tevens dus het fundament van ons lichaam. Bij de eerste schoenen die ontstaan zijn rond 15.000 tot 12.000 voor Christus viel het nog mee. Deze ‘schoenen’ waren gemaakt van dierenhuiden en voornamelijk bedoeld als bescherming tegen de kou. De huiden maakte men schoon met vuurstenen en werd ingewreven met vet of rode oker, een pigment dat ook werd gebruikt bij het maken van wandschilderingen. Hierdoor kreeg het leer een soepele pasvorm. Dit werd vervolgens met een stuk touw om de voeten gebonden. Daarna kwamen de sandalen die vooral bij de Grieken en Romeinen steeds meer riempjes kregen maar we hebben het dan nog steeds over een vlakke zool en een ruim zittend bovenwerk. Echter gebeurde er in de middeleeuwen iets raars. De schoenen kregen spitse neuzen en zaten dus vaak strak rond de tenen. Deze zogenaamde snavelschoenen waren waarschijnlijk een idee dat kruisvaarders meenamen uit het Midden-Oosten. In sommige gevallen werd de punt zo lang dat deze op kniehoogte moest worden vastgemaakt aan het been. De schoen diende als statussymbool: hoe langer de punt, hoe belangrijker de persoon.

Door het bij elkaar binden van de tenen in een te smalle punt, waardoor de tenen een groot deel van de dag niet hun natuurlijke positie aan kunnen nemen, verliezen de tenen hun functie van het stabiliseren. Dit is een probleem wat we helaas nog altijd zien in veel hedendaagse schoenen.

In 1580 werd door koning Hendrik III van Frankrijk de hoge hak geïntroduceerd. Frankrijk was in deze eeuwen voorloper op het gebied van schoenen en Lodewijk XIV mag een heuse modekoning genoemd worden. Zijn hof in Versailles was toonaangevend, waarbij de hakken steeds hoger werden. Ook dit had te maken met status, want hieraan kon je zien of iemand van adel was of niet. Toen ‘gewone stervelingen’ dit hof na gingen doen, was de hak overal op straat te vinden.

Vooral deze hielverhoging (heeldrop) die tegenwoordig alle conventionele schoenen kenmerkt heeft veel impact op onze voeten en op ons lichaam. Al is die verhoging bij de meeste mensen niet wat het bij Lodewijk XIV was toch hebben bijna alle schoenen een klein verschil tussen de hoogte van de hiel en de neus van de schoen. Soms is dat maar ergens tussen de vier en acht millimeter maar door die hielverhoging hebben we een verkorte kuitspier gekregen met als gevolg dat we het gewricht tussen het onderbeen en de voet niet voldoende kunnen bewegen. Deze beweging heet dorsiflexie. Om toch een voorwaartse beweging te kunnen maken en de voet voldoende te kunnen afwikkelen gaat de middenvoet als het ware functioneren als extra gewricht met alle gevolgen van dien. Hierdoor zakt de voet door. Er ontstaat overpronatie waardoor de grote teen steeds verder naar binnen gaat staan en er zo dus een halux valgus kan ontstaan. De hielverhoging zorgt ook voor een onnatuurlijke houding van het gestel. Door dat kleine hakje komen we behoorlijk ver voorover te staan. Dit corrigeer je met je rug en knieën die hierdoor dus ook weer een onnatuurlijke houding aannemen.

Toen Wait Webster in 1832 als eerste rubberen zolen onder leren schoenen bevestigde had hij er geen idee van welke vlucht de sportschoen zou nemen. Wat wel snel duidelijk werd was dat deze schoenen uitermate geschikt waren voor een toen sterk opkomende vrijetijdsbesteding van veel mensen: het hardlopen. Toen Joseph William Foster later ijzeren punten onder de zolen monteerde merkte hij dat er zo nog meer voortstuwende krachten gegenereerd konden worden en niet veel later maakte hij dan ook de schoenen voor winnaar van het goud op de 100 meter van de spelen van 1924. De kleinzoon van J.W.Foster met dezelfde naam zou later het sportschoenmerk Reebok opzetten met zijn oudere broer Jeffery William Foster.

In de jaren '20 van de vorige eeuw beginnen de broers Adi en Rudolf Dassler een sportschoenenzaak, gespecialiseerd in atletiekschoenen. Adolf (Adi) Dassler was de eerste die schoenen ontwierp voor specifieke afstanden. De schoenen van Adi werden ook gedragen door Jesse Owens, olympisch kampioen op de 100 meter in 1936. Adi en Rudolf krijgen overigens later ruzie, en richten uiteindelijk los van elkaar de bedrijven Adidas en PUMA op.

In de jaren zestig wilde een hardloopcoach aan de Universiteit van Oregon lichtere en snellere schoenen ontwikkelen voor zijn atleten. Hij had genoeg ontwerpen en ideeën, maar niemand wilde investeren. In 1960 begon deze hardloopcoach genaamd Bill Bowerman samen met voormalig pupil Phil Knight het bedrijf Blue Ribbon Sports. Ze verkochten tijdens hardloopwedstrijden vanuit de kofferbak van Bill’s auto Japanse hardloopschoenen die waren gebaseerd op de ontwerpen van Bowerman. Later begonnen ze zelf schoenen te ontwikkelen en ze kregen succes met het model Cortez. Twaalf jaar later kreeg het bedrijf zijn huidige naam; Nike. De naam is geïnspireerd op de Griekse godin Nike, het symbool van overwinning. In datzelfde jaar werd de Swoosh ontworpen door Carolyn Davidson. Volgens velen één van de meest herkenbare logo’s die er zijn.

In de jaren zeventig deed de wetenschap steeds meer haar intreden in de sportwereld en kreeg zo invloed op het maakproces van hardloopschoenen. Makers hielden plotseling rekening met looptechnieken. In deze jaren vond een van de grootste doorbraken plaats in de geschiedenis van de hardloopschoen: EVA (ethyleen vinylacetaat); een soort schuim gevuld met lucht, dat demping biedt en schokken absorbeert. Het wordt tot op de dag van vandaag gebruikt in hardloopschoenen.

Wat betreft wandelen, sporten en trailrunnen heeft een minimalistische schoen zonder hak, een flexibele zool, nauwelijks tot geen demping en met veel teenruimte veel voordelen. Door de dunne flexibele zool en het goed kunnen spreiden van de tenen zijn we veel meer in balans en staan we dus veel stabieler dan op conventionele schoenen. Ook onze tenen hebben een functie en die komt grotendeels weer terug in minimalistische schoen en vooral natuurlijk in de Fivefingers van Vibram (ook wel teenschoenen genoemd). Ik persoonlijk vind het meer in contact zijn met je ondergrond heel prettig en dit geeft een gevoel van controle. De demping van een conventionele schoen zorgt ook voor instabiliteit. Vergelijk het maar met het verschil tussen het op de blote voeten staan op de grond en het staan op een matras. Op het matras is het veel moeilijker om je balans te behouden. De demping zorgt ook voor een minder gelijke verdeling van het lichaamsgewicht over de gehele voet. Het gewicht zoekt de weg van de minste weerstand en zo zal dus altijd het totale lichaamsgewicht door de hiel opgevangen worden omdat die in het voetbed wegzakt.

Het ondersteunen van de voetboog en de vaak hele stugge zool van conventionele schoenen maken de vele spiertjes die in de voet zitten lui. We moeten die spieren weer aanspreken waardoor de voeten sterk worden en we beter in balans zijn.

De demping van een hardloopschoen maakt je weliswaar instabiel maar zorgt ook voor een makkelijke aanpassing bij het lopen op verhard terrein. Echter is het zo dat we met een gedempte schoen veel meer geneigd zijn om op onze hiel te landen terwijl bij een hiel landing de impact op onze gewrichten vele malen groter is dan wanneer we op de voorvoet landen. De voetboog functioneert op die manier als een natuurlijk schokabsorptie. Wel moet ik bekennen dat ook hardloopschoenen een functie hebben. De heeldrop en de rocker van veel hedendaagse hardloop en trailrun schoenen hebben een voortstuwend effect en zorgen er dus wel voor dat je sneller en energie-efficiënter kunt lopen. De afgelopen jaren lopen de sterren op de marathon met carbonplaten in hun hardloopschoenen. Een carbonplaat in schoenen functioneert als een soort springplank, gecombineerd met veerkrachtig foam, om energieverlies te verminderen en de afwikkeling te versnellen. De stijve plaat helpt bij het efficiënt omzetten van de landing naar een snellere afzet, waardoor hardlopers sneller en efficiënter kunnen lopen. De combinatie van de plaat en het foam zorgt voor stabiliteit en een hoge energieteruggave, wat kan leiden tot betere prestaties.

Ik moet bekennen dat ook ik tijdens mijn ultra runs op conventionele trailschoenen loop. Ik gebruik alleen minimalistische schoenen voor mijn runs tot maximaal 15 km. Op deze manier gebruik ik de extra belasting op de spieren als trainingstool.  In het dagelijks leven draag ik niets anders dan de Vibram Fivefingers en zo train ik mijn voeten dus de hele dag een beetje.