Filosofie in populaire cultuur

Dit essay komt voort uit de aan mij talloze keren gestelde vraag; “wat trekt jou zo aan in filosofie?” Men verwacht dan dat ik begin over de leer van de grote filosofen maar juist het feit dat het dagelijks leven vol zit met filosofische vraagstukken is wat mij er zo in aantrekt. Het helpt mij om het leven wat beter te begrijpen. Filosofie is per slot van rekening niets meer dan de liefde voor wijsheid. Volgens filosofen word je niet wijs door ergens een mening over te hebben maar door ergens kennis van te bezitten. Het is een misvatting dat filosofie alleen voor de oude wijzen is. Het is veel meer dan de studie alleen.

Dit grondbeginsel bracht me op het idee om de klassieke filosofie te koppelen aan de moderne populaire cultuur.

Ik kwam hiervoor op het idee doordat ik ergens een quote van Yoda uit Starwars tegen kwam. Ik heb zelf de films nooit gezien maar het karakter Yoda blijkt vol stoïcijnse wijsheden te zitten zoals bijvoorbeeld:

“Angst is het pad naar de donkere kant, angst leidt tot woede, woede leidt tot haat, haat leidt tot lijden.”

De vraag is ook of filosofie altijd analytisch en sluitend moet zijn? Filosofie is een onderzoek naar waarheid maar het belicht toch vooral de dingen die veel mensen vaak over het hoofd zien. Aan het eind van zijn ‘problemen der filosofie’ stelt Bertrand Russell de vraag wat de waarde van filosofie precies is. Het antwoord hierop is cruciaal, juist omdat veel mensen het nut ervan in twijfel trekken en zich afvragen of de filosofie veel meer is dan een onschuldig maar nutteloos tijdverdrijf.

Ik ga proberen aan de hand van Yoda en vele andere voorbeelden van populaire cultuur antwoord te geven op deze cruciale vraag.

Übermensch

Wij stervelingen zijn altijd gefascineerd door individuen met buitengewone krachten. Of het nu om Achilles uit de Griekse mythologie zoals beschreven door Homerus in diens Ilias gaat of om Wonder Woman uit de stripboeken van Marvel, al deze verhalen intrigeren ons. We snakken al sinds jaar en dag naar helden. De vraag is echter; “wat betekend het om buitengewoon te zijn”?

Bij het zien van de Netflix serie ‘The Umbrella Academy’ besefte ik me dat buitengewoon zijn meer betekend dan simpelweg superkrachten bezitten. Buitengewoon zijn betekend ook verandering. Veranderen van een middelmatig wezen naar een wezen met buitengewone gave. Zoals Bruce Banner verandert in de Hulk. Laat dit nou ook precies zijn waar Nietzsche ’s theorie van de Übermensch om draait. In aflevering één komt er zelfs een letterlijk citaat van Nietzsche voorbij:
“De mens is als een touw, gespannen tussen dier en oppermens. Een touw over een afgrond. Het is een gevaarlijke voettocht, een gevaarlijk achterom kijken, een gevaarlijk trillen en aarzelen.”

Nietzsche bedoelde hiermee dat het evolutieproces zoals Darwin het beschreef nog lang niet klaar is met de mens. We zijn van dier naar ‘hoger’ dier gegaan. Ook wel mens genoemd. Maar vergeet niet dat de reis nog niet klaar is zou Nietzsche eraan toe willen voegen. De mens zoals we die nu kennen is alleen maar een brug, een medium, om bij het supermens uit te komen. Je moet hard werken om uit te blinken. Onthoud dat geen enkel individu sterker is dan het collectief. Hoe goed men zich ook aanpast, voegt men in de serie toe aan Nietzsche ‘s citaat. Dit is naar mijn idee ook meteen waar het gebruik van Nietzsche ’s citaat mank gaat in deze. Volgens Nietzsche is het individu in staat de kudde te ontstijgen. Zij met de juiste instelling en overlevingsdrang zijn in staat om boven de kudde uit te stijgen. Zij zijn in staat om gebruik te maken van de zwakkere individuen binnen de kudde. Of zoals Nietzsche het verwoord in zijn moraalkritiek: Het bestaan van moraal is een argument voor de onderliggende fundamentele kracht van al wat leeft. Moraal wordt immers door sterke individuen misbruikt om de zwakkere individuen te onderwerpen. Een objectieve moraal bestaat niet, deze wordt verzonnen overeenkomstig de behoeften van het subject. Dit is zijn bekende theorie van ‘de wil tot macht’.

Fight Club

Voor mij persoonlijk is de film ‘Fight club’ één van de meest geraffineerde voorbeelden van werken binnen de populaire cultuur waar de invloed van filosofie en ook weer in het bijzondere Friedrich Nietzsche aan ten grondslag ligt. Fight club toont ons hoe de protagonist zich los probeert te wrikken uit zijn nihilistische niets zeggende bestaan en zich als een ware übermensch een hoger mensbeeld van zichzelf ten doel stelt. De nihilist ontkent het bestaan van waarde of betekenis in het leven. De naamloze protagonist die we hier duiden als ‘de verteller’ is een typische nihilist die er ook van overtuigd is dat we ons bij het gebrek aan betekenis in het leven moeten neerleggen. Hij slijt zijn dagen dan ook met het uitvoeren van nietszeggende baantjes en vult zijn appartement met nietszeggende spullen precies zoals ze afgebeeld staan in de catalogus van de Ikea. Door deze eindeloze cirkel van betekenisloosheid leidt de verteller aan slapenloosheid. Hij probeert dit alles te doorbreken door deel te nemen aan praatgroepen. Zijn betekenisloosheid laat hem ook twijfelen aan zijn mannelijkheid. Dat komt erg naar voren bij zijn bezoek aan de praatgroep voor mannen met testikelkanker. Als dan ook nog Marla Singer ten tonelen verschijnt maakt hij zichzelf wijs dat hij een enorme afkeer jegens haar heeft puur om niet zijn impotentie onder ogen te hoeven komen. Dit is het leven wat de verteller leidt tot het moment dat Tyler Durden word geïntroduceerd. Tyler representeert de persoon die de verteller graag zou willen zijn. Zijn opmaat naar de übermensch. Hier raakt de verteller verwikkeld in een innerlijke strijd. Symbolisch uitgebeeld door het gevecht wat hij met Tyler heeft terwijl hij eigenlijk zichzelf in elkaar slaat. De nietszeggende, impotente ‘Ik’ die de verteller tot dan toe was worstelt met de hyper mannelijke Tyler. Tyler heeft op zijn beurt als doel om de verteller naar verlichting te leiden. Het thema van de film is gebaseerd op Nietzsche ’s belangrijkste werk, ‘Also sprach Zarathustra’. Zarathustra preekt dat God dood is en dat om die rede de mens zich tot een betekenisvoller wezen moet evolueren. Nietzsche levert hiermee ook kritiek op het westerse Christendom. De zoektocht naar waarheid brengt de mensheid uiteindelijk verlichting. Nietzsche waarschuwt voor de overheersende aanwezigheid van het nihilisme en dus voor de betekenisloosheid van de mens als hele beschaving. Dit is zijn theorie van ‘de laatste mens’. Dit gebrek aan een doel stagneert de mensheid bij het creëren en waardoor hij enkel nog consumeert. De verteller verbeeld ‘de laatste mens’.

Streven naar geluk als levensdoel is een vergissing stelt psychiater Dirk de Wachter in zijn fijn geschreven boek ‘De kunst van het ongelukkig zijn’. Streven naar zin en betekenis daarentegen is waar het leven om draait.

De leukigheidscultuur heeft als norm dat iedereen succesvol, jong, slim, mooi en onvermoeibaar moet zijn. Als we heel toevallig niet aan dat beeld voldoen dan willen we daar niet voor uitkomen. Niet voor de ander en zeker ook niet voor onszelf. Dit ontkennen brengt velen in de problemen want het leven is eenvoudigweg niet altijd even leuk.

Wanneer het dierlijke instinct opkomt luistert ieder mens naar zijn of haar verlangens. Verlangen naar rijkdom en succes, verlangen naar samenzijn met mooie en succesvolle mensen, het verlangen om leuk gevonden te worden en vele vrienden te hebben. Echter gaat het mis zodra de mensen die warm lopen voor de populisten deze instincten beginnen te voelen en daar gehoor aan geven. Omdat zij in plaats van te erkennen dat ze die verlangens hebben en in plaats van toe te geven dat ze al die deugden niet hebben omdat ze lui, niet slim genoeg of gewoon pech in het leven hebben, in plaats daarvan wijzen zij die verlangens en deugden af en maken deze tot iets slechts. Deugden verwerpen louter om passiviteit te rechtvaardigen maakt je tot lid van de kudde stelt Nietzsche in zijn moraaltheorie. Dit is volgens hem het Slavenmoraal. Ook streeft men er dusdanig naar dat men uit het oog verliest wat de ware essentie in het leven is. Hiermee keer ik me tegen de slavenmoraal, tegen de kuddemoraal. Nietzsche zou trots op me zijn. Echter, Nietzsche stond volledig achter de herenmoraal als zijnde de sterke mens, het roofdier wat zo kenmerkend is voor het liberalisme. Ik zie het wel als een biologisch gegeven maar ik denk wel dat het binnen onze mogelijkheden ligt om met behulp van realiteitszin ons daar steeds verder van te distantiëren. Ik vermoed dat het hier zal wringen voor Nietzsche. Dit is teveel in strijd met de herenmoraal. Waar ik mezelf net als Nietzsche eerder beschouw als een existentialist dan nihilist maar we ontkennen ook het bestaan van betekenis en waarden in onze wereld. Zo zag Nietzsche een weg uit het nihilisme in de mogelijkheid van mensen om übermenschen te worden, die zich niets gelegen lieten liggen aan bestaande conventies maar hun eigen waarden schiepen. Ver voor Nietzsche beschreef Dostojevski dit natuurlijk al in Misdaad en straf. Zoals het een echte existentialist betaamd zijn we wel in staat om ons biologisch instinct los te laten en dingen te doen zonder daar een eigenbelang aan te hechten. Het existentialisme beschouwt iedere persoon, hoe betekenisloos het leven ook is, als een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot.

Dat tegenwoordig veel communicatie loopt via social media werkt ook niet echt mee. Digitale vrienden zijn toch wel echt wat anders dan echte vrienden. Al denk ik niet dat Chuck Palahniuk, de schrijver van Fight club, dit voor ogen had toen hij het boek schreef maar mijns inziens zou Tyler Durden hier prima symbool voor kunnen staan. Hij is immers ook een fictieve vriend. Het zijn althans geen mensen waarmee je lief en leed kunt delen. In het leven draait het om betekenisvolle relaties. Relaties die er ook in moeilijke tijden voor je zijn. Mensen die dus betekenis geven aan je leven. Wanneer we er over nadenken is ieder mens zich hiervan bewust en toch gaan we vaak voorbij aan het feit dat dit voor alles in het leven geldt. Jezelf succesvol voordoen terwijl je in werkelijkheid ongelukkig of eenzaam bent maakt van dit succes ook iets betekenisloos.

Veel mensen stoppen hun verdriet ver weg. Ze komen er niet aan toe om het op een goede manier te verwerken want ze moeten immers succesvol zijn. Pijn haal je niet weg door het te negeren. Je moet er doorheen en het liefst met iemand anders, een vriend of familielid met een luisterend oor. Dit staat natuurlijk haaks op een cultuur waarin de zorg gericht is op snel en meetbaar succes. We leven in een maatschappij waarin we met pillen mensen zo snel mogelijk weer oplappen om weer aan het werk te kunnen gaan. Zie hier ook de funeste werking van de focus op economie en verdienmodellen. Gaan we in de westerse wereld niet ten onder aan het neoliberale denken waarin de mens is gereduceerd tot arbeidskracht, een soort moderne slaaf die met een modaal salaris zoet gehouden wordt? Dit is voor mij de hamvraag. Het is namelijk een grote oorzaak van het door vele blindelings najagen van succes en tevens dus de oorzaak van het toenemende gevoel van ongeluk wanneer dit najagen nergens toe leidt. Daarnaast is het tekenend voor het falende bestrijden van dit ongeluk. Naar mijn idee is dit ook de grote vraag die boven de film hangt.

Jean Paul Sartre zei al dat de mens pas echt mens wordt als hij zich engageert. Dirk De Wachter neemt dat over en propageert het engagement. Engagement voor het klimaat, voor het milieu, voor allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, en vooral voor de ander. Hij gaat daarmee ook in het spoor van Emmanuel Levinas. Uiteindelijk komt het erop neer dat je het geluk niet moet willen meten, maar dat je gewoon gelukkig moet zijn met je leven. Een tevreden leven leiden, is al heel wat, schrijft hij in het laatste hoofdstuk van De kunst van het ongelukkig zijn. Ja, dit kun je wat mij betreft als eindconclusie zien: Koester het ‘ongelukkig zijn’ dat nodig is voor het goede leven. Openstaan voor de kwetsbaarheid van de medemens en het engagement dat daaruit volgt, keer dit ongeluk om tot een zingevende daad. Het is de paradox van het menselijke bestaan: alleen door gevoelig te zijn voor onrecht en ongeluk (zowel in jezelf als in de ander), vinden we een duurzame vorm van geluk, in de vorm van betekenis en zorg.

Naar mijn idee is een maatschappij waarin we ons geluk afspiegelen aan het succes wat we hebben en de spullen die we bezitten een achterhaalde manier van leven aangezwengeld door ons neoliberale denken.

Ik ben heel mijn leven al maatschappelijk geëngageerd maar bracht het zelf niet altijd in de praktijk. Ik was al geruime tijd gestopt met vlees eten en ik merkte dat het nog meer beperken van mijn eigen ‘voetafdruk’ me meer gevoel van zingeving gaf. Klimatologisch, economisch, ecologisch en psychologisch is deze consumptiemaatschappij zoals we die nu kennen ook absoluut niet langer meer houdbaar. Bewust leven en minder spullen bezitten bleken voor mij de sleutel tot ‘geluk’ te zijn. Nou was het voor mij niet nodig om mijn huis op te blazen zoals bij de verteller in Fight club maar ik weet wel dat ik zo wat zandkorreltjes in de machine gooi en dit is ook nodig voor een ommekeer mijns inziens. Ik hoop op dusdanig veel zand dat de machine uiteindelijk tot stilstand komt.

Geluk zit hem echt niet in de spullen die je bezit of in het succes wat je de buitenwereld toont. Geluk zit hem in zingeving, zelfontplooiing en in betekenisvolle relaties tot anderen.

Dit gegeven sluit ook wel aan bij de boodschap achter misschien wel mijn favoriete film, ‘La Grande Bellezza’. Mijns inziens kun je deze film als een pleidooi voor pretentieloos je best doen beschouwen. Zo wijst in een pracht scene de protagonist Jep met een haarscherpe analyse zijn vriendin op het feit dat haar oordelen over anderen er slechts toe dienen om haar eigen onzekerheden en leugens te verbloemen. In een pijnlijk accurate monoloog van enkele minuten ontmaskerd Jep die vriendin, om haar vervolgens te vragen de vriendengroep voortaan met meer affectie te bezien.

In La Grande Bellezza moeten alle personages met pretenties het ontgelden. Eén voor één staan ze voor gek. Of het nou gaat om de kunstenaar die opzettelijk tegen een stenen muur aanloopt, de toneelschrijver die niet los komt van zijn pseudo literaire probeersels of de waarzegger die zich achter loze kreten verschuilt, allen zijn ze in Jep’s ogen bij zichzelf weg aan het raken doordat ze alleen maar quasi-intellectueel over willen komen behalve het jonge meisje dat weigert op te treden omdat ze liever wil spelen. Uiteindelijk maakt juist zij, huilend, het mooiste kunstwerk.

Absurdisme

Zoals de filosofie van Nietzsche een bron van inspiratie is voor Fight club zo is het existentialisme van onder andere Jean Paul Sartre en het absurdisme van Albert Camus voor vele filmmakers een bron van inspiratie.

Ik zelf kreeg op mijn zestiende het boek de Pest van Albert Camus in handen. Ik was in die tijd mijn eigen engagement aan het vormgeven en was gevoelig voor het altruïsme wat Camus via Bernard Rieux tentoon spreiden. Camus weet zijn personages treffend neer te zetten. Zo ook creëert Camus een wel erg Kafkaësk beeld van de ambtenaar Joseph Grand die doordat hij moeite heeft met de woorden recht, beloften, welwillendheid, verzoek en dankbaarheid nog steeds vast zit in zijn nietszeggende functie. Camus schrijft: ‘Zo bleef onze stadsgenoot zijn onopvallende functies tot op vrij gevorderde leeftijd uitoefenen omdat hij het juiste woord niet kon vinden’. Volgens mij zijn hier de eerste tekenen van het existentialisme en het absurdisme te bespeuren. Het existentialisme zegt dat door bewustwording, vrije wil en persoonlijke verantwoordelijkheid iemand zijn eigen leven betekenis kan geven in een wereld die geen betekenis heeft. Die betekenisloosheid omschrijft Camus beeldend in hoe hij Oran aan ons toont. Zo zegt hij: “De stad is lelijk, dat kan niemand ontkennen. Er heerst rust, die het moeilijk maakt in één opslag te zien wat het verschil is tussen deze stad en zoveel andere handelssteden waar ook ter wereld.” Camus gebruikt de stad Oran als metafoor voor de leegte van ons bestaan. Zo vervolgt hij: “Hoe kun je een goed idee krijgen van een stad zonder duiven, zonder bomen en zonder tuinen, een stad waar je geen klapwiekende vleugels en ruisende bladeren hoort, kortom een oninteressante plek.” Rieux geeft betekenis aan zijn leven door zich belangeloos in te zetten voor de hulpbehoevende in tijden van crisis. Het absurdisme zegt dat de zoektocht naar betekenis in een doelloos universum in conflict is met het ontbreken aan die betekenis. Het absurdisme leert ons dit te accepteren maar er tegelijkertijd ook tegen in opstand te komen door te omarmen wat het leven ons te bieden heeft. Joseph Grand lijkt me hier een schoolvoorbeeld van. Het was voor mij destijds een hele opluchting om een soort van positieve variant op het nihilisme te leren kennen. Het nihilisme zegt niet alleen dat het leven betekenisloos is maar dat het ook geen zin heeft om betekenis aan ons leven te geven.

Ik wilde meteen meer van deze filosoof lezen en zoals velen ben ik toen zijn misschien wel belangrijkste boek ‘de vreemdeling’ gaan lezen. De Vreemdeling is een sleutel tot het wereldbeeld van Camus. ‘Het leven is absurd’, zei de Franse filosoof, ‘het is geen middel naar een hogere betekenis waar wij naar op zoek zijn, het leven is het doel op zich.’ Alle ideologieën en grote verhalen over het leven houden ons van leven af. De protagonisten in zijn boeken zijn helden van het absurdisme: ze willen leven ondanks de zinloosheid van hun bestaan.

Het nummer ‘Killing an Arab’ van The Cure is gebaseerd op het boek ‘de Vreemdeling’. Het gaat over het sleutelmoment in het boek. Het moment dat de Arabier op het strand wordt neergeschoten door de protagonist Meursault.

Th Dude

Het absurdisme stelt dus dat het zoeken naar betekenis in het leven zinloos is en zelfs averechts werkt. Dit klinkt natuurlijk vrij cynisch. In essentie gaat ‘de Vreemdeling’ van Camus over het leidde van een leven zonder al teveel opsmuk en zonder zorgen om grote levensgebeurtenissen. Het enige waar de absurde held zich druk om hoeft te maken zijn de dingen die direct genot opleveren. Wanneer je de film ‘The big Lebowski’ van Joel en Ethan Coen hebt gezien dan herken je hier natuurlijk direct ‘the Dude in.

The Dude doet net waar hij zin in heeft. Hij heeft niet echt verantwoordelijkheden, hij hangt de hele dag met vrienden op de bowlingbaan ook al geeft hij niet echt iets om die zogenaamde vrienden. Wanneer zo’n zogenaamde vriend overlijd reageert hij daar ook nauwelijks op. Hij rookt en drinkt de hele dag. Dit klinkt wel erg als Meursault, de protagonist uit ‘de Vreemdeling’. De Coen broers hebben het thema van Camus heel goed doorgevoerd in deze bij vlagen hilarische film. Camus zijn absurde held Sisyphus kon daarom ook zeker niet ontbreken en komt gesymboliseerd in de vorm van het tijdverdrijf bowlen naar voren in de film. Camus schreef een boek ‘de Mythe van Sisyphus’ waarin Sisyphus wordt gestraft en door de goden wordt veroordeeld tot het eindeloos een berg op duwen van een steen die er eenmaal boven steeds weer vanaf rolt waardoor Sisyphus weer opnieuw kan beginnen. Dit staat symbool voor de betekenisloosheid van het bestaan en het je daar bij neerleggen en dit wordt in de film dus verbeeld door het bowlen. Je rolt met een bal een paar kegels om die vervolgens terug worden geplaatst, de bal komt bij je terug en het begint weer van voor af aan. Wie goed observeert zal zien dat je the Dude zelf nooit werkelijk een bal ziet gooien wat er waarschijnlijk op duidt dat hij zich onttrekt aan de valkuilen van een bestaan dat betekenisloos is. Net als Meursault en Sisyphus is the Dude een absurde held. Hij leidt zijn leven precies zoals hij dat wil en probeert het ook niet belangrijker te maken dan dat het is.

Alleen wanneer de absurde held inziet dat zijn daden zinloos zijn zal hij eronder lijden.

Als grondlegger van het absurdisme heeft Camus zijn eigen filosofie perfect gedemonstreerd bij zijn eigen overlijden. Op de dag dat hij verongelukte had hij namelijk een treinkaart opzak voor dezelfde bestemming als waar zijn vriend Gallimard hem met zijn sportwagen naartoe had willen brengen. Zijn vriend had hem namelijk op het laatste moment overgehaald om met hem mee te rijden in plaats van de trein te pakken.

David Lynch

Naast ‘The Big Lebowski’ is de invloed van Camus ook duidelijk aanwezig in films van bijvoorbeeld David Lynch. Wie bekend is met het werk van David Lynch, en zijn vaak mysterieuze films kent, die kan haast niet verast zijn dat hij een groot liefhebber van het absurdisme is.

Volgens het absurdisme probeert men sinds mensenheugenis de betekenis van het heelal te ontrafelen en logica in haar bestaan te ontdekken, maar is ieder onderzoek ernaar tevergeefs. De wereld is immers irrationeel en niet vatbaar voor menselijke logica. Het onderzoek naar de essentiële vragen van het bestaan leidt traditioneel tot twee mogelijke uitkomsten: de conclusie is dat het leven geen betekenis heeft, of men probeert op een kunstmatige manier, zoals via godsdienst het vacuüm op te vullen. Mensen die tot dit besef komen staan voor een zware filosofische vraag: “Moeten we het leven serieus nemen, of zouden we net zo goed zelfmoord kunnen plegen?”

Zo eindigt David Lynch’s film ‘Mulholland drive’ met een panikerende Diane die door een geweer tegen haar hoofd te zetten een einde maakt aan een dromerig verhaal. Volgens velen suggereert dit dat Diane haar geliefde heeft laten vermoorden en dat ze daarom in een spiraal van schuldgevoel en verdriet is terecht gekomen. Toch is de zelfmoord van Diane niet een weloverwogen daad maar in plaats daarvan is ze ertoe aangezet door een fysiek gemanifesteerde hopeloosheid van haar bestaan.

Monty Python

Wanneer je het over Albert Camus en het absurdisme hebt kun je uiteraard niet om Monty Python heen. Bij het zien van de film met als titel een groot filosofisch concept als ‘the meaning of life’ is het gevoel wat je eraan overhoud toch vooral de betekenisloosheid van het bestaan. Bij Monty Python wordt het absurdisme als komische stijlvorm gebruikt waar het zich uiteraard ook uitstekend voor leent.

Monty Python’s ‘the Meaning of life’ is een vrij verwarrend stukje cinematografie. De film bestaat uit sketches waarbij de samenhang aan een zijde draadje hangt. Waar andere films van Monty Python nog een vrij duidelijk narratief en plot hebben is dat hier ver te zoeken waardoor de film ook wat betekenisloos lijkt. Dit is natuurlijk ook precies de absurditeit waar de makers zich van bedienen. Zoals Camus al aangaf is het zoeken naar betekenis van het leven nou precies de val waar de mens maar al te vaak in trapt.

Eén van de duidelijkste voorbeelden van het Absurdisme in ‘The meaning of life’ komt uit ‘The Galaxy song’ scene. Mrs. Brown is getuigen van hoe twee ambtenaren de lever van haar man verwijderen waarbij hij zowat overlijd om andere levens te redden. Mrs. Brown toont totaal geen emotie en stelt dat hij er om gevraagd heeft bij het invullen van zijn donorcodicil. Hier doet Mrs. Brown ons denken aan de protagonist uit Camus’s ‘Vreemdeling’, Meursault. Alsof er niets aan de hand is vraagt Mrs. Brown of de mannen thee willen waarop één van de ambtenaren (John Cleese) haar naar de keuken volgt en haar vervolgens probeert over te halen om haar lever ook te doneren. Als vervolgens Eric Idle de betekenisloosheid van ons bestaan bezingt in ‘the Galaxy song” besluit Mrs. Brown dat ze haar lever best wil doneren.

In de film komt ook een karakter voor die het existentialisme representeert. Dit is de ober Gaston in de scene waar Mr. Creosote zoveel eet dat hij ontploft. Na de ontploffing discussiëren de hoofd bediening (John Cleese) en de schoonmaakster nog wat na over de betekenis van leven waarop we vervolgens door Gaston worden meegenomen naar zijn geboorteplek en waar hij begint over de betekenis die hij aan zijn eigen leven heeft gegeven. Gaston vervolgd enigszins geïrriteerd dat het dan misschien niet de filosofie is die de kijker zal aanspreken maar hij voegt eraan toe dat hij zijn eigen leven op zijn eigen manier leeft.