Tjeerd Zwinkels


Kairos en Chronos

ROMAN


2021



Proloog


Dat de jaartelling een door onszelf opgelegde afspraak is maakt het principe van tijd in het kader van dit verhaal belangrijker dan de vorm waarin zij zich manifesteert.





Eerste deel


Tijdparadox




I


De mate van voorspelbaarheid in het verstrijken van de tijd doet niets af aan de onvoorspelbaarheid van wat zij ons brengt in haar verloop.

Het was een knus en klein café met zo’n honderd mensen binnen. Je kon het gestommel van de stoelen horen maar verder was het doodstil. Iedereen zat met aandacht te luisteren naar de man op het podium. Het was de schrijver Ilja Blom die vertelde over zijn pas verschenen boek. Het was een aantrekkelijke man van achter in de veertig, met een doorleefd gezicht dat werd getekend door diepe groeven die gedeeltelijk waren verscholen onder een klein stoppelbaardje. De volle bos grijs haar deed zijn gezicht mager aanzien. Hij was voor de gelegenheid gekleed in een keurig pak maar wel met zijn suède laarzen om de chique uitstraling van het driedelig grijs enigszins te doorbreken. Je kon aan hem zien dat hij zich wat ongemakkelijk voelde nu het publiek de volle aandacht op hem gevestigd had. Op het moment dat hij dat besefte speelde er een vraag bij hem op. Hij vroeg zich af wat hij nog moest vertellen over het boek. Uit cijfers, kritieken en de diverse recensies was gebleken dat een avond als deze volkomen overbodig was. Heel literatuur liefhebbend Nederland had tenslotte zijn roman gelezen, en de vraag was of hij eigenlijk ook wel wilde dat de rest van de bevolking het ook zou lezen? Ilja had het schrijven van een ‘bestseller’ altijd al als doel voor ogen gehad. In zijn jonge jaren was dat voornamelijk omdat hij zo’n ongelofelijke hekel aan werken had en aangezien hij schrijven niet als werk beschouwden zou hij daar wel zijn boterham mee willen verdienen. Daar dacht hij nu wel anders over. Het was hard werken en tot voor een jaar geleden had hij het werk als schrijver nog opgegeven omdat, ondanks zijn vele schrijven voor allerlei bladen en tijdschriften, de werkelijke reden waarom hij ooit was begonnen met schrijven, de mensen wakker houden, nu sterk aan het vervagen was. Toch besloot hij uiteindelijk maar wat inkt en papier te wijden aan een verhaal waarin hij zijn eigen persoon en leven liet weerspiegelen aan het hedendaagse bestaan. Hij had zich toen nog afgevraagd waarom zoveel schrijvers een schrijver als protagonist nemen. Ilja zijn leven bestond tot voor ruim een jaar geleden uit reizen, lezen, zich verdiepen in muziek, het geven van hier en daar een lezing en natuurlijk het schrijven. In zijn roman komen vooral de visies op de verschillende volkeren en culturen, die hij tijdens zijn reizen opdeed, aan bod. Hij maakt duidelijk aan de hand van een soort van reisverslag hoe belangrijk het besef van de invloed van wetenschap, psychologie en cultuur op het dagelijks leven zijn. Op het moment dat de vraag wat het doel van zo’n avond was door zijn hoofd raasde vroeg een man uit het publiek wat hij eigenlijk met het boek duidelijk wilde maken.

“Laat ik het zo zeggen” ,begon Ilja, “toen ik een onderwerp moest kiezen voor dit boek ben ik nagegaan waar mijn waarden in het leven liggen, welke levensvisies en politieke kwesties mij beroeren en vooral de invloed die zij op mijn huidige leven uitoefenen. Om daarachter te komen ben ik gaan graven in de geschiedenis. Ik heb me verdiept in de mensen die grote vindingen deden, mensen die oorlogen begonnen zijn, mensen die gemoord hebben, mensen die een goed boek schreven of zomaar een mooi schilderij maakten. Mijn doel is simpelweg dat de lezer daar ook over nadenkt”.

De volgende vraag werd gesteld door een mooie roodharige vrouw van begin dertig die Ilja al lang eerder was opgevallen. Deze wilde weten of de schrijver van plan was om de resterende jaren van zijn leven ook nog te vullen met het vele reizen, en of hij problemen had met het ouder worden.

“Ik heb niet meer dat onrustige gevoel en die drang om te reizen dus misschien dat het minder wordt en misschien komt er ooit nog wel iets dat me hier houd, en over de vraag of ik problemen heb met de ouderdom kan ik zeggen dat één van de weinige voordelen van ouder worden is; het overzicht dat je gegund wordt door eigen ervaring en door de jaren opgebouwde kennis”.

Een overweldigend applaus volgde het dankwoord van de organisatoren van deze avond op.

Ondanks zijn tweestrijdige gedachten bij dit soort avonden signeert de schrijver tevreden en goed gehumeurd nog wat boeken en drinkt daarna samen met Ernst nog wat aan de bar van het café waar het ondertussen al aardig leeg was gelopen. Ernst, Ilja’s beste vriend en tevens zijn manager, was zoals meestal rond dit tijdstip al aardig aangeschoten. Ernst was ruim twintig jaar jonger dan Ilja en zijn tot aan de handpalmen vol getatoeëerde armen sierde zijn verder wat excentrieke uiterlijk. In tegenstelling tot Ilja had Ernst zijn hoofd helemaal kaal geschoren verder droeg hij een bril met een dik montuur en gekleurde glazen. Ilja stond nog geen vijf minuten aan de bar en de mooie vrouw met het rode haar kwam op hem toe gelopen. Pas nu viel het Ilja op wat voor prachtige diep blauwe ogen zij had. Zo zelfverzekerd als zij eerder die avond overkwam zo verlegen vroeg zij Ilja nu om haar boek te signeren. Na diens bewezen dienst stelde zij zich voor als Eva en gaf Ilja bij het weglopen een glimlach die hem diep beroerde. Aangezien dat Ernst en hij erg open waren over het praten van gevoelens merkte Ilja al snel dat het vanavond weinig uithaalde. Een half uur later verlieten zij het café. Ze passeerde zoals zo vaak het Turks koffiehuis midden in het centrum van Amsterdam, maar nu kon je het amper nog herkennen als zijnde een koffiehuis. De ramen waren ingegooid de muren waren beschilderd met hakenkruizen en het meubilair smeulde nog na. Ilja vroeg zich hardop af wanneer er een einde aan het steeds dreigende nazisme zou komen? Wat zet de verschillende bevolkingsgroepen toch zo lijnrecht tegenover elkaar? Waarop Ernst reageerde dat volgens Nietzsche de hele geschiedenis als een metafysische strijd tussen twee groepen moest worden gezien. Enerzijds waren er degenen met de ‘wille zur macht’ ,dat wil zeggen met de noodzakelijke levenskracht om dominante waarden te scheppen. Aan de andere kant stonden diegenen die het aan die wil ontbrak, waarbij Nietzsche meer dacht aan de massa die met de democratie was opgekomen. Nietzsche dacht dat zij die zwak in het leven staan de cultuur verarmen en zij die sterk in het leven staan haar verijken. Alle beschaving was volgens hem te danken aan de ‘roofdieren’ wier wilskracht en machtsdrift nog onafgebroken was. De ‘aristocratische klasse’, zei hij , geeft zelf de definities van goed en slecht, eer en plicht, waar of onwaar, mooi of lelijk, en als veroveraar legt ze die opvattingen op aan de overwonnenen. Hij geloofde dat de natuur het zo wilde. Voor Nietzsche ‘ontkent de moraal het leven’. De moralistische, gekunstelde beschaving – ofwel ‘de westerse mens’- zou onvermijdelijk tot het einde van de mensheid lijden. Dit was zijn beroemde aankondiging van ‘de laatste mens’. Waarop Ilja met een licht cynische ondertoon reageerde dat hieruit duidelijk bleek dat Nietzsche deze visies grotendeels opschreef toen hij al aan de eerste symptomen van syfilis leed. “Maar serieus” vervolgde Ilja “Nietzsche gaf een filosofische draai aan het darwinisme. Het is hém verder niet aan te rekenen op wat de mens er later mee zou doen. Het sociaaldarwinisme hebben we nog steeds zelf gecreëerd.” “Nietzsches Übermensch, die heer en meester is over de lagere klassen, klinkt inderdaad als de evolutieleer”zei Ernst.

Ilja voegde er nog aan toe dat de natuurlijke selectie, of de wet van de jungle, in het belang van de hele mensheid zorgt voor de ‘survival of the fittest’ ,ongeacht de consequenties voor bepaalde individuen. Ondertussen waren de twee vrienden bij het huis van Ilja aangekomen. Het was een prachtig grachtenpand aan de rand van het centrum van Amsterdam. Het appartement zat boven een klein cafeetje waar nog licht branden en van waar de klanken van de altijd sensuele saxofoon van Paul Desmond uit de deuropening die in verband met het zomerse klimaat wagenwijd open stond de straat op sijpelden. Dit was het café waar Ilja vele uren doorbracht na zijn dagelijkse werkzaamheden achter zijn tekstverwerker. Het was ondertussen tien voor twee en het café zou om twee uur sluiten. Toch besloten de twee daar nog een slaapmutsje te nemen om vervolgens naar bed te gaan. Het café had meer weg van een woonkamer met een grote bar. Er stonden twee grote velours geklede fauteuils in de hoek met daarboven de tekst filosofa. Er zaten drie man aan de bar en verder was het café leeg. Ilja zag dat het die avond druk geweest moest zijn want de vloer was bezaaid met gedoofde sigaretten en glasscherven. De tafels waren achtergelaten alsof er in geen jaren meer was gepoetst. De man die achter de bar stond en bij het binnen komen van Ilja en Ernst al was begonnen met het tappen van twee pinten Guinness, was de echtgenoot van de vrouw waar Ilja tot voor twee jaar geleden een relatie mee had. Guus was de naam van de barman. Het was een aardige en alles behalve gehaast persoon. Hij begroete de twee en informeerde naar hoe de avond verlopen was.

“Ach het hoort erbij” sprak Ernst, nu bijna onverstaanbaar door de drank. Langs de twee zat een man die Ilja hier nooit eerder had gezien. De man had doorlopen ogen als een verregend grauw geschilderd landschap, hij was van boven wat kaal en was smaakvol gekleed. De man zat wat zenuwachtig met zijn nagels tegen het half volle bierflesje te tikken.

“Ik vond uw vorige boek beter” sprak de man uit het niets. Hij had een Amerikaans accent en zijn stem was even ondoorgrondelijke als zijn ogen.

“Mag ik zo vrij zijn om te vragen waar u dat op baseert?”

De man begon te vertellen dat hij een niet al te eenvoudige jeugd had gehad met problemen uiteenlopend van mishandeling tot en met zwaar drugsgebruik.

“Dus als ik het goed begrijp vond u het leven van de hoofdpersoon uit mijn vorige roman herkenbaar en weerspiegelde u uw eigen leven daaraan.”

Waarop de man knikkend instemde.

“Mijn naam is Matthew” zei de man.

“Geschenk van god” volgde Ilja daarop.

De man keek Ilja aan met een blik alsof hij wou zeggen dat hij geen flauw benul had wat er bedoeld werd.

“Matthew betekend ‘geschenk van god’” zei Ernst met een lichtelijke klank van irritatie in zijn stem alsof hij niet kon waarderen dat de man dat niet meteen begreep.

De man stond op, mompelde nog dat hij wou dat zijn vrouw er zo over dacht en verliet het café. Met een lichte cynische glimlach keken de twee elkaar met opgeheven schouders aan. Ze dronken beide hun glas leeg, stonden op, begroeten de barman en namen buiten afscheid van elkaar. Op straat riep Ilja Ernst nog na dat zij elkaar morgen wel bij het ontbijt in café Dante zouden zien. Zij moesten nog wat zakelijke dingen bespreken en hadden besloten dat dan maar zo vlug mogelijk af te handelen. Bij thuiskomst las Ilja zoals altijd nog even de laatste resten niet gelezen krant, en ging daarna verder met het boek de scheppende mens van Carl Gustav Jung wat hij voor het laatst had gelezen toen hij een jaar of zestien was, en nu weer op zijn zolder was tegen gekomen toen hij deze aan het opruimen was. Dat het boek destijds veel indruk op hem had gemaakt was hem bijgebleven, maar wat de auteur precies had willen vertellen wist hij zich niet meer te herinneren. Hij had destijds het boek van zijn oom Boudewijn gekregen. Deze oom was hoogleraar psychologie aan de universiteit van Leiden en vond het zinvol dat zijn jonge neefje zich ook maar eens ging verdiepen in de psychologie. Zodat hij de denkwijze van zijn oom zou kunnen voortzetten zoals Aristoteles dat voor Plato had gedaan met diens filosofie. Later vertelde Ilja zijn oom dat hij zich meer aansloot bij de interesse van Freud, wat betreft de tweedeling individualisme en universalisme. Hij verklaarde dat zijn oom de individualist was die de waarheid zou willen doorgronden en ontdekken. Hijzelf was de universalist die de waarheid onderging. Ilja rookte zijn laatste sigaret die dag en ging slapen.


                                                                      



Ilja schrok wakker, keek op zijn klok die moeilijk zichtbaar was door de schemer die in de kamer overheerste. “Shit” riep hij. Het was over elven en hij had afgesproken om elf uur bij café Dante te zijn. Hij schoot in zijn kleren die gisteren uit gemak naast zij bed waren gegooid, dronk een glas melk, poetste zijn tanden en stak een sigaret in zijn mond. Bij het verlaten van het huis controleerde hij of zijn huissleutel in zijn jaszak zat. Nadat hij zijn racefiets uit de gammele schuur achter het café had gehaald viel zijn dwalend oog op de lekke achterband. Zal je net zien dacht hij. Tijdens zijn voettocht naar het café stak hij zijn sigaret aan. Nog steeds werd hij wat duizelig van die eerste paar hijsen. Aangekomen bij het café informeerde Ilja of Ernst al gesignaleerd was, waarop het meisje achter de bar antwoorden dat die nog geen minuut geleden gebeld had dat hij onderweg was. Hij had waarschijnlijk Ilja wel proberen te bellen maar dan toch tegen beterweten in aangezien hij ook wel wist dat Ilja nooit zijn telefoon bij de hand had en zeker niet in de ochtend.

“Hij zei dat hij door het toedoen van een lekke band opgehouden was”, melde de serveerster die onderwijl met het stomen van melk voor een cappuccino bezig was.

Ilja kon zijn oren niet geloven. Hij dankte haar voor de informatie en nam plaats aan een tafeltje bij het raam waar hij direct een bloknoot en pen uit de binnenzak van zijn leren jas haalde. Het was het dun leren jasje in het model van een colbert dat hij bijna altijd droeg, zelfs op een zomerse ochtend als deze. Wat hij op papier wilde zetten was een verklarende theorie voor het voorval met de fietsen van Ernst en hemzelf die ochtend. Zelden spraken zij een tijd af, en juist nu hadden zij beiden een lekke band. Dat kan geen toeval zijn dacht Ilja. Op dat moment kwam Ernst het café binnen gestormd zoals hij dat altijd deed en verontschuldigde zich voor het laat komen. Hij vroeg Ilja of de telefoonboodschap was doorgegeven. Ernst was weer in één van zijn drukke vertel buien dacht Ilja.

“Denk jij dat de innerlijke mens, ‘het karakter’, genetisch bepaald is?” brandde Ernst los. “Goede vraag. In hoeverre is de evolutietheorie, van Darwin, van toepassing op de innerlijke mens?” Maakte Ilja er van.

De serveerster die de indruk wekte dat ze nog wat jong was voor een fulltime baan in een café kwam aan hun tafeltje staan. Na het bestellen liep Ilja naar de sigaretten automaat, deze was ooit door een kunstenaar met spuitbussen beschilderd waardoor de automaat een leven leek te zijn gaan lijden. Na het trekken van een pak shag voor Ernst en een pakje sigaretten voor zichzelf botste hij bij het omdraaien op zijn buurman.

“Wat vreselijk hè” sprak de man.

“Waar heeft u het over”

“Heb je het dan niet gehoord”

Nu erg benieuwd vroeg Ilja op een toon die aangaf dat de man het onmiddellijk moest vertellen,

“wat dan”

“Isabelle heeft vannacht een dodelijk ongeluk gehad.”

Zonder iets te zeggen liep Ilja naar het toilet en bleef een tijdje naar zijn eigen verslagen gezicht in de spiegel kijken. Uit zijn rechter oog rolde een druppel vocht over zijn wang en stopte daar waar zijn baard begon. Het leek of alle muren in één beweging zich naar zijn lichaam toe bewogen. Ilja stak een sigaret op en bleef nog enkele seconden, leunend op de wasbak, staan kijken naar datzelfde verslagen gezicht. Isabelle, de vrouw waar hij tot voor twee jaar geleden nog een relatie mee had was dood, dat was zijn gedachten. Ze waren toch ruim vijf jaar samen geweest wat voor Ilja de eerste en tot dusver laatste relatie was die langer dan een jaar geduurd had. Ernst had het nieuws ondertussen ook vernomen en verklaarde Ilja bij zijn terugkomst van het toilet dat hij er geen bezwaar tegen had dat die meteen ging om even alleen te zijn. Ilja verliet het café en liep, in de tegenovergestelde richting van zijn woning, naar het park. Halverwege bleef hij even stil staan voor de etalage van het antiquariaat waar hij bijna wekelijks een boek kocht. In de etalage prijkte het boek Finnegans Wake van de Ierse schrijver James Joyce. Ilja hoefde geen seconde na te denken en schoot het antiquariaat binnen. Hij vroeg de vriendelijke man, die achter de toonbank het NRC zat te lezen, of hij het boek uit de etalage zich mocht toe-eigenen. “wilt u er een tasje om of eet u hem hier op?” vroeg de man met een brede glimlach. Met deze opmerking doelde hij natuurlijk op het boek verslindende gedrag van Jaap. Enkele minuten was Ilja totaal afgeleid geweest wat betreft de gebeurtenis van afgelopen nacht. Buiten werd hij meteen weer aangevlogen door de gedachten aan de vrouw van wie hij zoveel gehouden had, en eigenlijk nog steeds hield. In het park aangekomen stak hij nog een sigaret op. Verschrikt bleef de schrijver staan. Alsof hij Johannes de Doper was die Herodes zag, zoals in het stuk Salome van Oscar Wilde. Herodes moest Salome het hoofd van Johannes de Doper brengen.

“Maar ik begrijp het niet” sprak hij licht stotterend.

“Er valt weinig te begrijpen, soms heeft een mens gewoon de drang om uit de carrousel die leven heet te stappen. Als jij het leven zoveel te bieden hebt maar het leven jouw niets meer dan is het toch een mooi moment om op te stappen.”

Ze heeft de gebeurtenis natuurlijk in scène gezet en is aan de dagelijkse sleur ontvlucht. Nu zal ze na dit afscheid voorgoed verdwijnen en haar leven opnieuw beginnen. Als een net waar vele levens in gevangen waren genomen viel deze gedachten over Ilja heen.

“Misschien hadden wij gewoon door moeten gaan met het delen van ons geluk”.

Nooit was het in Ilja opgekomen dat ze niet gelukkig was met haar huidige leven.

“Ligt het aan Guus?”

“Guus is een schat van een echtgenoot maar zijn liefde gaat niet verder dan het café. Hij heeft me gewoonweg niets te bieden. Al wat mijn leven kleur gaf is twee jaar geleden door iets zinderend moois totaal veranderd, zoals de maan dagelijks het getij veranderd”.

Na een harde klap, die een man veroorzaakte bij het dichtslaan van de toiletdeur, zag Ilja zichzelf nog steeds in de spiegel op het toilet van café Dante staan. Ilja begreep alles en liep snel naar de tafel waar Ernst nog steeds zat. Hij had geen idee hoe lang hij daar op het toilet had gestaan. Het kon nooit lang geweest zijn want zijn net bestelde espresso was nog warm. Bij de vraag of Ernst zijn nieuwe aanwinst ter opvulling van zijn boekenkast had gezien besefte hij onmiddellijk dat ook dit niet werkelijk had plaatsgevonden.

“Ik ben één minuut weg”

Aangekomen bij het antiquariaat zag hij tot zijn grote verbazing het boek van James Joyce in de etalage staan. Hij had het natuurlijk al eens eerder in een vlaag van verstand verbijstering zien staan maar niet beseft wat er werkelijk te zien was geweest. Met het gevoel alsof hij zelf een déjà- vu had gecreëerd liep hij met het boek onder zijn arm terug naar café Dante. Na zijn terugkomst van het toilet eerder had hij al aan Ernst gemerkt dat die op de hoogte was van het overlijden van Isabelle. Wat had zijn gedachten op de toilet betekend? Was zij werkelijk de liefde tussen hen nooit vergeten? En misschien net zo belangrijk. Was zij zo ongelukkig als zij in zijn droombeeld verteld had? Hoogstwaarschijnlijk had hij zich zomaar wat ingebeeld en was dat een reactie op het tragische ongeluk.

“Wat moet ik nog zeggen?” Zei Ernst bij het terugkeren van Ilja.

“Het gaat alweer.”

“Heb je enig idee hoe het gebeurd kan zijn?”

“Geen idee maar ik zal later contact opnemen met Guus, als die al aanspreekbaar is. Misschien kan hij in deze situatie wel wat aanspraak gebruiken.”

                                                                      

II


Anders dan Ilja verwacht had was Guus vrij kalm gebleven onder de omstandigheden. Hij had het organiseren van de crematie aan zijn schoonouders overgelaten. Ondanks dat het een zeer ingrijpende gebeurtenis was geweest leek het nu al, twee dagen na het ongeval, of men het meer dan geaccepteerd had. Dit kwam hoogst waarschijnlijk door de teruggetrokken en wat starre houding die Isabelle tijdens haar leven aangenomen had. Zo kwam zij de laatste twee jaar alleen nog buiten de deur als het echt noodzakelijk was. Dit was waarschijnlijk ook de aanleiding voor het ongelukkige leven wat zij in Ilja zijn denkbeeld van twee dagen eerder leed. Dat zelfde denkbeeld leek nu zijn leven voor vierentwintig uur van de dag te beheersen. Wat had die hele voorstelling nu werkelijk te betekenen gehad? Was ze werkelijk zo ongelukkig geweest zoals ze in het park Ilja duidelijk maakte terwijl die zich dit inbeeldde op het toilet van café Dante? Was de reden van haar ongelukkige situatie werkelijk terug te lijden tot haar relatie met Guus en het verlies destijds van haar liefde voor Ilja? Het hele spectrum van situaties was tenslotte een creatie van zijn eigen fantasierijke geest, die hij als schrijver toch aannemelijk wel ontwikkeld had. Die zelfde fantasierijke geest had hem nu in een situatie gevangen die hem dreef tot afzondering van de wereld buiten hem. Zoals Isabelle zich bijna opsloot in haar eigen woning, zo sloot Ilja zich nu in zichzelf op. In tegenstelling tot de gezichten van vele naasten die hij vaak niet voor de geest kon halen zo stond het gezicht van Isabelle nu in veelvoud op zijn oogleden gebrand als dollar biljetten op het beroemde 192 one Dollar Bills van Andy Warhol.


Vrijdags, vier dagen na het overlijden van Isabelle, liepen Ilja en Guus samen achter de zwarte auto waar het lichaam in lag aan. Het was een onverwacht lange stoet. Veelal mensen waar Ilja het nooit van verwacht had liepen mee. Bij de verbeelding hoe deze zwarte stoet er van boven af uit gezien moest hebben dacht hij onmiddellijk aan een peloton mieren die achter een veroverd insecten karkas aan lopen. Terwijl Ilja strak voor zich uit staarde kon hij horen hoe Guus zich liet gaan, snotterde, zijn neus snoot, zijn ogen droog wreef en daarna dit alles weer van voor af aan herhaalde. Bij het crematorium aangekomen mocht men zoals gebruikelijk nog voor het laatst afscheid nemen van het lichaam. Het crematorium dat door haar steriele witte muren en meubels sterk afstak bij de veelal in zwart geklede mensen was als een groot industrie bedrijf waar aan de lopende band lichamen werden vernietigd alsof dit een dienst ter bescherming van de mensheid was. Ilja die wat langer bij de kist bleef staan staarde er onafgebroken naar. De kist waarvan hij wist dat die binnen enkele ogenblikken zou opgaan in vlammen zoals het gedroogde hout wat hij s ’winters dagelijks in de openhaard liet verkolen, was van een prachtig hout met een structuur die niet te vergelijken valt met de gemiddelde parket vloer in de Nederlandse woonkamers. Onmiddellijk dacht hij aan degene die haar voor waren gegaan, met beperking tot degene die hij lief had.

“Jij hebt de keus zelf gemaakt”. Sprak Ilja tegen de man aan de andere kant van de kist. “Jij die mij in deze wereld hebt gebracht, niet dat je ook maar iets te maken hebt gehad met de verwekking van mij lichamelijk, maar des te meer met de verwording tot wie ik nu ben. Jij die mij wegwijs hebt gemaakt in deze onbegrijpelijke wereld die alleen aanvaardbaar is door stilzwijgende gedachten of door het te bekijken vanuit het perspectief dat jij mij getoond hebt. Jij kon mij, maar niet jezelf wegwijs maken in een wereld als dit. Jouw levens interpretatie was voor mij helend maar voor jezelf fataal.”

“Ik ben ervan overtuigd dat wanneer jij in jezelf spreekt er wijze woorden uit komen, het is alleen jammer dat je die woorden niet tot een persoon met een luisterend oor richt”, fluisterde Ernst die ondertussen achter hem was komen staan. “Ben maar blij dat jij je niet aangesproken hoeft te voelen.”

“Jouw kennende zal het geen gebedje in de trant van wees gegroet Maria geweest zijn. Het zal een loflied naar de mensheid geweest zijn.”

“Laten we het daar maar op houden”, zei Ilja. “Een loflied maar niet dusdanig meedogenloos als ik gewild zou hebben, daarvoor heb ik toch nog teveel respect voor de mens, de Heer en de band tussen beide. “Sinds wanneer praat jij ook al in de naam van God?” “God, ’t geloof, is een verhaal maar ik ben polytheïst, een heiden, ik geloof niet aan één verhaal, ik geloof vele verhalen.” Antwoorden Ilja om de vraag van Ernst enigszins te negeren. Ilja draaide zich om en liep in de richting van het vertrek waar men koffie serveerde toen zijn oog op de klok viel. Het was een moderne digitale klok met rechts van de tijd een weergave van de datum. 13:24 / 30-03-2023 gaf het aan. Het was precies drie jaar geleden dat Ilja samen met Isabelle landen op het vliegveld van Verona. Ilja wist dit zich nog precies te herinneren omdat het een maand voor de verjaardag van zijn moeder was. Zij was geboren op 30-04-1945. Hoewel ze al bijna zes jaar niet meer leefde was de verjaardag van zijn moeder een speciale dag voor Ilja. Misschien had dat ook wel iets te maken met het feit dat 30-04-1945 ook de dag was waarop Hitler zelfmoord pleegde. Opvallend is dat er in die perioden nog twee leiders van de tweed wereld oorlog overlijden. Op 12 april 1945 sterft Franklin Roosevelt aan een hersenbloeding. En op 28 april van dat zelfde jaar wordt Benito Mussolini doodgeschoten door Italiaanse partizanen. Misschien wel het meest opmerkelijke is het feit dat Ilja’s vader is geboren op 30 januari 1933 de dag dat Hitler werd benoemd tot kanselier van Duitsland. Ilja dacht weer aan de reis die hij vijf jaar eerder met Isabelle naar Venetië maakte. Niet dat Ilja nou zo nodig over de hoofden van de toeristen door de straten van deze charmante Italiaanse stad wilde dwalen maar wel had hij een lang gekoesterde wens om eens het graf van Igor Stravinsky te bezoeken op het ‘dodeneiland’ San Michele. Aangezien hij op dat moment werkte aan een roman waar deze componist een prominente rol in vervulde was dat ook hét moment om zijn weerzin jegens de drukte te trotseren. Het bezoek aan Isola di San Michele was voor Ilja een bijzondere ervaring. Zo hectisch en vol rumoer als bij de première van Stravinsky’s beroemde Le Sacre du Printemps zo verstild en desolaat was dit eiland. Terwijl Ilja terug dacht aan deze reis was het onvermijdelijk dat hij ook terug dacht aan hun iet wat absurde ervaring in Verona. Isabelle en Ilja verbleven in een prachtig in het centrum van Verona gesitueerd hotel waar ze vanaf de luchthaven met een oude ietwat ongure taxi naartoe gebracht waren. Bij het hotel gearriveerd bleven Ilja en Isabelle even staan om naar het romantisch ogende in klimop gehulde gebouw te kijken. Op de moderne raampartijen van de begaande grond stond Hotel Gabbia D'Oro. Het hotel lag aan het Piazza delle Erbe. Een prachtig typisch Italiaans plein met mooie oude terrazzo tegels die er waarschijnlijk al ten tijden van het Romeinse rijk lagen. Het oude marktplein was op maandag avond half zeven erg levendig. Dit was ook de plek waar vroeger het Romeinse forum lag. Het plein was ingesloten door prachtige panden. Vooral Palazzo del Comune met de Torre del Carceri en het handelshuis Casa dei Mercanti sprongen eruit. Terwijl Jaap en Isabelle zich aan de schoonheid om hen heen stonden te vergapen was de piccolo al druk in de weer om hun bagage van de taxi naar de lobby van het hotel te brengen. De piccolo was een kleine jongeman van halverwege de dertig die zich wat in elkaar gedoken met een bolle rug voort bewoog alsof hij door een enorme stortbui heen moest. Toen hij alle bagage binnen had gebracht stond hij wat ongeduldig de deur open te houden terwijl hij Ilja met een wat dwingende blik aankeek alsof hij wilde zeggen dat ze moesten opschieten. Ilja en Isabelle gaven daar gehoor aan en liepen het hotel binnen. Binnen gekomen werden ze vriendelijk begroet door een vrouw die gehurkt voor de balie bezig was om glasscherven van de grond te rapen. De vrouw sommeerde het stel met een strenge toon in haar stem om even afstand te houden tot ze klaar was. De vrouw keek bij het doen van deze mededeling niet op. Alsof ze er net als een varken fysiek niet toe in staat was. Niet dat ze op een varken leek, in tegendeel, het was een erg aantrekkelijke vrouw, maar varkens zijn werkelijk fysiek niet in staat om omhoog te kijken. Na een halve minuut gooide de vrouw de verzamelde scherven in de prullenbak die ze voor het gemak bij zich had neergezet en stond op. Ze maakte met haar handen de beweging die je doet als je ze schoon wil kloppen en stak haar hand uit terwijl ze Ilja met een enorme glimlach aankeek. “Benvenuto” zei ze. Buiten dat dit een alom bekend Italiaans woord voor welkom is spraken zowel Ilja als Isabelle een aardig woordje Italiaans. Ilja gaf haar een hand. Van het gezicht van Isabelle viel af te lezen dat ze liever had dat de vrouw eerst haar handen ging wassen maar met lichte tegenzin rijkte ook zij de hand. Na de nodige plichtplegingen wees de vrouw de twee de weg naar hun kamer. Even verstijfde Ilja toen hij de zojuist binnengebrachte bagage niet zag staan maar al snel realiseerde hij zich dat de piccolo ze waarschijnlijk al naar de kamer had gebracht. De vrouw had opgemerkt dat Ilja wat verontrust was. “Let maar niet op hem” zei de vrouw, “hij is in zijn kinderjaren ziek geweest. Zware aanvallen van epilepsie hebben hem van zijn verstand beroofd. Hij is zijn geheugen kwijt geraakt, kan zich niet behoorlijk uitdrukken en heeft nergens benul van.”

“De idioot” zei Ilja in het Nederlands zodat alleen Isabelle het kon verstaan. Hij keek Isabelle met een afwachtende blik aan om te onderzoeken of ze begreep dat hij hiermee refereerde aan Dostojevski’s roman. Bij het naar boven lopen zag Ilja pas goed hoeveel aandacht er overal aan het interieur was besteed. Voordat ze op de trap de hoek om gingen viel zijn blik nog net op een vertrek wat achter de balie lag en wat zo het decor had kunnen zijn van een willekeurige Wes Anderson film. Bij het betreden van de overloop zakte ze zowat weg in het prachtige rode hoogpolige tapijt. Het hotel bezat een perfecte combinatie van barokke en industriële elementen. Zoals altijd wilde Ilja, hoe fijn het hotel ook aanvoelde, zo snel mogelijk de straat weer op. Het was voor hem bij ieder hotel verblijf een gewoonte om zijn spullen op zijn kamer te droppen en geen tijd te verliezen om de omgeving in zich op te gaan nemen. Na ruim twee jaar samen te zijn en gezien het vele reizen van de twee wist Isabelle dit natuurlijk en stelde hem daarom bij voorbaat al gerust door te zeggen dat ze alleen maar even het toilet hoefde te bezoeken alvorens ze weer naar buiten zouden gaan. Toen ze weer beneden waren hield de piccolo de deur al voor ze open alsof hij bij de deur van hun kamer had staan wachten om te luisteren of ze naar buiten kwamen. Toen het stel zich bewoog in de richting van de fontein die zich op het plein bevond stelde Ilja voor om een wijntje en een hapje te doen op het eerste beste terras wat er naar hun idee uitnodigend uitzag. Rondom de fontein was er wat betreft terrassen voldoende keuzen. Ilja en Isabelle kozen een tafeltje uit waarnaast een ober net een vuurkorf aan het aansteken was. De ober was een jonge man met een vet van de wax pikzwart kapsel dat in zijn nek langer was dan boven op zijn hoofd. De jongen keek in de richting van het tweetal en knipoogde om te laten weten dat hij ze gezien had. Toen het hout in de korf vlam vatte kwam de man aan tafel staan en begroete Ilja en gaf Isabelle nog eens een knipoog die nu toch een andere lading leek te bevatten. Toen de man vroeg wat ze wilden drinken vroeg Isabelle om de wijnkaart waarbij Ilja haar onderbrak en de ober vroeg om een fles Amarone della Valpolicella te brengen. Ilja wist uiteraard dat Isabelle daar geen enkel bezwaar tegen zou hebben. “Hebben we wat te vieren?” vroeg ze.

“Hoe vaak ben je nou op de plek waar deze prachtige wijn zijn oorsprong vindt?”

Ilja en Isabelle waren behoorlijk verslingerd aan Italië en dit was zeker ook niet de eerste keer dat ze in het noorden van Italië verbleven. Naast het bezoeken van het graf van Stravinsky was Ilja ook erg benieuwd naar hoe het land er zo net na de lockdown aan toe was. Als schrijver was Ilja altijd opzoek naar voeding voor nieuwe ideeën. Hij probeert altijd alles om zich heen te duiden en zo te kneden tot bruikbare inspiratie. Zijn boeken gaan over de waan van de dag die hij koppelt aan de grotere filosofische vraagstukken. Met dat in ogenschouw genomen was het afgelopen jaar natuurlijk een bijzonder interessante tijd. Na het uitbreken van de Coronacrisis rees bij Ilja de vraag tot welke mate van altruïsme we in tijden van crisis in staat zijn. Ilja dacht terug aan de eerste week van de crisis. Toen hij na een dag werken even lekker rustig met een boek op de bank zat plotseling getik hoorden. Hij kon het niet meteen plaatsen. Toen zijn blik door de kamer gleed zoekend naar waar dat getik in hemelsnaam vandaan kon komen passeerde zijn blik de klok die precies 20:00 uur aangaf. Op dat moment besefte hij zich dat het geluid van buiten kwam. Ilja keek door het raam naar buiten en zag daar een ietwat corpulente vrouw met een kort, rood kapsel en een hond midden op straat staan. Wat in zijn huiskamer klonk als getik was een vrouw die buiten in haar handen stond te klappen. O ja…natuurlijk. Ilja had de aankondiging eerder die dag al gehoord. Het land zou om 20:00 uur haar waardering voor de mensen in de zorg uiten via een gebaar wat past in het land waar de meeste stille tochten ter wereld worden gelopen op jaarbasis. Niets mis mee natuurlijk. Echter vroeg Ilja zich wel meteen af of deze solidariteit oprecht was. Darwin en Nietzsche hadden hem toch duidelijk gemaakt dat solidariteit wel ten gunste van jezelf, de groep of op z’n minst om je soort verder te helpen zou moeten zijn. In hoeverre is dat hier dus aan de orde? Laten we deze waardering blijken omdat we bang zijn dat we de hulp van het zorgpersoneel nog hard nodig gaan hebben. Of ben ik nu te pessimistisch? We leven tenslotte in tijden van extreem individualisme was Ilja zijn devies . Er is ruimte voor de graaiende, buitenproportionele bonussen innende mensen die multinationals leiden die gesteund door de overheid weinig tot geen belasting hoeven te betalen. Freud scharde dit onder het ‘lustprincipe’. Daarnaast leven we in een extreem complexe werkelijkheid, het ‘realiteitsprincipe. Volgens Freud zou dat realiteitsprincipe, noem het cultuur en beschaving, ervoor zorgen dat mensen die lusten en driften aan banden leggen. Maar het ontbreekt in deze tijd aan een groot ideologisch verhaal zoals bijvoorbeeld tijdens de Verlichting. Iets wat mensen nieuwe inzichten geeft en wat mensen met elkaar verbind. Om deze rede wordt alle aandacht op het kleine verhaal gevestigd. Klein leed en gevoel van nationalisme nemen het debat over. Dit is koren op de molen van de populisten. Vervolgens wordt er altijd een zondebok aangewezen die verantwoordelijk is voor onze ongemakken. Is er nog een groot verhaal mogelijk nu het beschaafde leven zo onder druk staat? Vroeg Ilja zich aan het begin van de crisis af. Is dit misschien een tijd waarin zo’n ‘groot verhaal’ ontstaat, waarin mensen verbonden worden? Nu de zondebok weg valt omdat we tegenover een ongrijpbare vijand staan zijn we aan het zoeken naar een houding die onszelf als individu niet uit het oog verliest maar die ook moreel te verantwoorden is. Ilja zag dus ook niet persé een volk dat iedereen wilde helpen maar meer een volk dat bang was om buiten de veiligheid van de kudde te vallen. Het eerste wat we ook deze crisis de kop op zagen steken was toch het individualistisch handelen van mensen. Mensen propte hun winkelwagens zo vol dat deze wagens stuurloos werden en volgde om een voor mij nog steeds onverklaarbare rede de kudde met het inslaan van toiletpapier. Als het dierlijke instinct opkomt luistert ieder mens naar zijn of haar verlangens. Verlangen naar rijkdom en succes, verlangen naar samenzijn met mooie en succesvolle mensen, het verlangen om leuk gevonden te worden en vele vrienden te hebben. Echter gaat het mis zodra de mensen die warm lopen voor de populisten deze instincten beginnen te voelen en daar gehoor aan geven. Omdat zij in plaats van te erkennen dat ze die verlangens hebben en in plaats van toe te geven dat ze al die deugden niet hebben omdat ze lui, niet slim genoeg of gewoon pech in het leven hebben, in plaats daarvan wijzen zij die verlangens en deugden af en maken deze tot iets slechts. Deugden verwerpen louter om passiviteit te rechtvaardigen maakt je tot lid van de kudde.

Hiermee keerde Ilja zich tegen de slavenmoraal, tegen het kuddemoraal. Nietzsche zou trots op hem geweest zijn. Echter, Nietzsche stond volledig achter het herenmoraal als zijnde de sterke mens, de Übermensch, het roofdier wat zo kenmerkend is voor het liberalisme. Ilja zag het ook als een biologisch gegeven maar hij dacht wel dat het binnen onze mogelijkheden zou liggen om met behulp van realiteitszin ons daar steeds verder van te distantiëren. Zijn vermoeden dat Nietzsche dit tegen zou spreken is aannemelijk. Dit was teveel in strijd met het herenmoraal. Waar Ilja zichzelf net als Nietzsche beschouwde als een existentialist, beide ontkennen het bestaan van betekenis en waarden in onze wereld, zo zag Nietzsche een weg uit het nihilisme in de mogelijkheid van mensen om übermenschen te worden, die zich niets gelegen lieten liggen aan bestaande conventies maar hun eigen waarden schiepen. Ver voor Nietzsche beschreef Dostojevski dit natuurlijk al in Misdaad en straf. Echter, volgens Ilja zijn we wel in staat om ons biologisch instinct los te laten en dingen te doen zonder daar een eigenbelang aan te hechten. Het existentialisme beschouwt ieder persoon tenslotte als een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot. Ilja hinkte op twee gedachten. Volgens Ilja kon deze crisis uitwijzen waar de mens toe in staat zou zijn. Neemt het ‘roofdier’ de overhand of zijn we toch vooral solidair en zetten we ons belangeloos in voor de ander?


Het was nu ruim een jaar later wel reëel om te concluderen dat zoiets nooit zo zwart wit valt vast te stellen. Volgens Ilja gaf dit aan dat we als mens in staat zijn om ons dierlijke instinct volledig te onderdrukken door ons realiteitsprincipe. De jongen met het vette kapsel schonk wat wijn in het glas van Ilja en bleef afwachtend staan totdat Ilja zijn eerste slok had geproefd. Ilja gaf de ober een knikje om aan te geven dat hij de wijn had goedgekeurd. Van Ilja’s gezicht viel duidelijk af te lezen dat de wijn hem erg beviel. Zonder de menukaart bekeken te hebben vroeg Ilja de ober of ze verse pasta met truffel serveerde. Wanner ze in deze tijd van het jaar in het noorden van Italië de kans kregen om dit te bestellen was dat negen van de tien keer het geval.

“Dit brengt mooie herinnering terug” zei Isabelle.

De twee hadden elkaar, na een eerdere kortstondige ontmoeting in 1993, daar in 2018 in Moskou pas echt leren kennen en dronken op die avond ook samen een Amarone. Ilja was daar vlak na zijn zojuist afgeronde studie filosofie aan de universiteit van Utrecht om zich meer te verdiepen in de grote Russische schrijvers terwijl Isabelle daar was om haar werk te exposeren.


III       (2017)


Alsof ze zo uit een Charlie Kaufman film kwam zat ze dromerig onderuit gezakt in haar vensterbank slechts gekleed in string, zonder bh waardoor haar tepels duidelijk zichtbaar waren onder een topje wat amper tot aan de navel rijkt half naar buiten en half naar het doek dat op haar ezel stond te staren.